Goedenavond luisteraars. Dat van die brug, dat wist ik. De Jan Schaeferbrug in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam ligt over de IJhaven en verbindt de Piet Heinkade met het Javaeiland. De eerste paal werd geslagen in 1999 en in 2001 kon de brug in gebruik worden genomen. Bijzonder aan de brug is dat het middelste brugdeel gedemonteerd kan worden. Het is geen beweegbare brug in de traditionele zin, maar om de grote zeilschepen die tijdens sail Amsterdam in de IJhaven afmeren doorgang te verlenen kan het middendeel tijdelijk verwijderd worden. Dit gebeurde overigens voor het eerst in augustus 2005. Een andere bijzonderheid is het feit dat de brug dwars door het Pakhuis de Zwijger heen is gebouwd. De reden hiervan is dat de brug ligt in het verlengde van de reeds bestaande Kattenburgerstraat en dat het pakhuis behouden moest blijven.
Jan Schaeferbrug, foto: wikimedia/Ilonamay
Maar dat er ook een pad naar de legendarische wethouder van Amsterdam is vernoemd, dat wist ik niet. Ik kwam op internet een straatnamenbord tegen waarop het echt stond: Jan Schaeferpad, in Amsterdam Zuidoost. Ik stuitte erop omdat ik net een bericht had gelezen op AT5 waarin vermeld werd dat de VVD “af wil van Amsterdam Zuidoost.”
A m s t e r d a m - Z u i d o o s t
Nu moeten de inwoners van dit stadsdeel niet meteen schrikken, want de VVD wil alleen af van de naam 'Amsterdam-Zuidoost' als aparte woonplaats. 'Stadsdeel Zuidoost is gewoon onderdeel van Amsterdam, net zoals Zuid en Noord', zegt fractievoorzitter Eddy Meyer van de stadsdeelfractie van de VVD.
Eddy Meyer, VVD, foto:vvdamsterdam.nl
Sinds 1976 wordt naast de plaatsnaam Amsterdam ook Amsterdam-Zuidoost gehanteerd om de postbezorging in goede banen te leiden. Volgens Meyer missen woningzoekenden het aanbod in Zuidoost als ze op sites als Funda en Woningnet zoeken naar woningen in de hoofdstad. 'Het stadsdeel heeft een ruim aanbod aan mooie, betaalbare woningen', zegt de politicus. Meyer gaat de gemeenteraadsfractie van zijn partij dan ook voorstellen de plaatsnaam Amsterdam-Zuidoost af te schaffen. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente is de bijzondere status voor het stadsdeel vastgelegd. Voor het wijzigen van woonplaatsen is wel overleg met de posterijen noodzakelijk.
Jan Schaeferpad
foto: wikimedia.org/Muijz/public domain
En zo kwam ik op de één of andere manier bij die foto van het Jan Schaeferpad terecht. Op de website van mArt heb ik de foto geplaatst bij de aankondiging van deze uitzending, zodat u het kunt zien en ik wilde zelf ook gelijk weten waar ergens dat pad dan ligt in Zuidoost. Ik ben immers dol op buurten en wijken in Amsterdam. Dus het stratenboekje erbij gepakt. Welnu, het is zo’n beetje aan de rand van de bewoonde wereld van Amsterdam, in Gein. Het loopt helemaal van de Gaasperplas naar het Steengroevenpad, op de grens waar de weilanden van Abcoude beginnen. Om eerlijk te zijn is het een fietspad. Maar wat geeft het. Het doet geen afbreuk aan de naam van de grote Amsterdammer. Gek genoeg moet ik het pad aan de Gaasperplas-kant vroeger vaak zijn gepasseerd, want rond de eeuwwisseling woonde ik in Betondorp –kent u dat?- maar liep ik mijn hardlooprondjes rond de plas. Het is me toen nooit opgevallen, maar ja, ik had waarschijnlijk mijn handen vol aan het kunnen voltooien van de slopende vijf kilometer hijgen langs het water.

Maar ik val misschien te zeer met de deur in huis, want er zijn er onder u die van de naam Jan Schaefer nog nooit gehoord hebben. Misschien heeft u de naam recentelijk voorbij horen komen toen de Partij van de Arbeid een nieuwe voorzitter koos. Een nieuwe voorzitter was nodig omdat Lilianne Ploumen, de vorige voorzitter, had besloten op te stappen als voorzitter van de Partij van de Arbeid. Als zij nog twee jaar aan zou blijven, zou de procedure om een nieuwe voorzitter te kiezen pas eind 2013 plaatsvinden. Dat is een periode waarin de partij zich moet voorbereiden op een reeks nieuwe verkiezingen, te beginnen met gemeenteraadsverkiezingen en Europese Verkiezingen. Omdat de voorzitter bij de PvdA ook campagneleider is, zou dan een onervaren voorzitter deze voor de PvdA cruciale verkiezingen voor de kiezen krijgen. Met haar vertrek wilde Ploumen ruimte scheppen voor haar opvolger, zich goed in te werken. Ploumen was overigens voorzitter sinds oktober 2007. Ze neemt officieel afscheid op het PvdA-congres van 21 januari aanstaande, als de nieuwe voorzitter Hans Spekman wordt geïnstalleerd. In een ledenraadpleging haalde Spekman bijna 82 procent van de stemmen. Dat zijn er veel meer dan de andere twee kandidaten, Piet Boekhoudt en René Kronenberg, twee relatief onbekende leden van de partij.
Hans Spekman, foto: wikimedia.org/flickr:Hans Spekman/PvdA
Hans Spekman zit sinds 2006 in de Tweede Kamer. Hij houdt zich daar onder meer bezig met sociale zaken en asielbeleid. Daarvoor was hij wethouder en gemeenteraadslid in Utrecht. Hans Spekman heeft eerder gezegd dat hij het ledental van de PvdA wil opkrikken en dat het partijkantoor weg moet uit de Amsterdamse grachtengordel. Hij staat er om bekend dat hij altijd een trui draagt. Als zoon van een timmerman komt Spekman uit een rood nest; hij behoort tot de linkervleugel van zijn partij. Een gewone jongen, geen doctorandus, waarvan de Partij van de Arbeid er al zoveel lijkt te hebben. Spekman was na een korte academische carrière, verhuizer, lasser, 'wasmerkpromotor' en arbeider in een pillenfabriek en een metaalfabriek. De vergelijking met Jan Schaefer is gauw gemaakt. Ook een jongen van het volk, banketbakker geweest, ging vaak gekleed in spijkerpakken, sjekkies draaiend.
Jan Schaefer slaat eerste paal voor Noord Zuid Hollands koffiehuis, 1980, foto: wikimedia.org/beeldbank.nationaalarchief.nl
Jan Schaefer. Daar gaan we het over hebben, vandaag.
In 1967 verhuisde Schaefer met zijn gezin vanuit de Reguliersdwarsstraat naar de Rustenburgerstraat in ‘De Pijp’. Hij werd hier chef van een banketbakkerij en ontpopte zich bovendien als een ijverige buurtactivist. Tot aan zijn vertrek uit ‘De Pijp’ in 1973 ( hij zou gaan wonen bij de Kerkstraat) spande Schaefer zich in om deze wijk door allerlei maatregelen – zoals het inrichten van speelplaatsen en het weren van autoverkeer – te behoeden voor afbraak ten behoeve van nieuwbouw en te doen renoveren. Hij ijverde voor een grotere betrokkenheid van de vakbeweging bij het actiewezen in de stadswijken. Zo had hij namens het NVV-vakcentrale zitting in het bestuur van het Wijkcentrum van ‘De Pijp’.
Jan Schaefer, foto: parlement.com
Deze activiteiten brachten Schaefer in contact met Amsterdamse leden van de Partij van de Arbeid (PvdA). Een aantal jaren aarzelde hij om toe te treden, omdat de partij naar zijn smaak te behoudend was. Jan Schaefer was aanvankelijk lid geweest van de CPN. De machtsovername in de partij door Nieuw Links in 1969, trok hem over de streep. In de PvdA ging het Schaefer voor de wind. Op politieke bijeenkomsten werd hij in Amsterdam een bekende persoonlijkheid, die luidkeels het woord voerde. Dat leidde tot zijn kandidatuur voor de Tweede Kamer, waarvan hij twee jaar lang – van 11 mei 1971 tot 11 mei 1973 – lid was.

In het parlement viel Schaefer op door zijn voorkomen. Volumineus van stem en postuur, ging hij nonchalant gekleed, in houthakkershemden met een mouwloos vest, in een spijkerbroek die hem strak om de buik spande, en bij voorkeur op slippers. Zijn ruwe imago werd versterkt doordat hij zich indertijd ontpopte als een fervent motorcrosser.
"In gelul kun je niet wonen..."
Van 11 mei 1973 tot 8 september 1977 was Schaefer staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, belast met stadsvernieuwing, in het kabinet-Den Uyl. De bij zijn aantreden pas 33-jarige Schaefer was de eerste bewindsman die principieel de voorkeur gaf aan renovatie van oude stadswijken boven afbraak en nieuwbouw. Voor stadsvernieuwing werd een aanzienlijk hoger budget beschikbaar gesteld, en er kwamen allerlei financieringsregelingen voor gemeentelijke projecten op dit terrein. Vooral de grote steden spoorde hij aan tot renovatie. Aan bureaucratie en langdurige overwegingen had Schaefer een hekel. ‘Een politicus’, zei hij vaak, ‘moet kloten hebben.’ Of: ‘Is dit beleid of is hier over nagedacht?’ En: ‘In gelul kan niemand wonen’.
"Is dit beleid of is hier over nagedacht...?"
Overigens is men er tot op de dag van vandaag niet over uit of hij deze laatste uitspraak daadwerkelijk heeft gebezigd. Een andere versie is namelijk: ‘In geouwehoer kan je niet wonen’. Nog los van de vraag of het ‘kun’ of ‘kan’ moet zijn in goed Nederlands, stond deze uitspraak in ieder geval vermeld op een verkiezingsaffiche voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen van 1978. Hoe het ook zij, het betreffende straatnamenbordje in Zuidoost dat de naam Jan Schaeferpad draagt, heeft als ondertitel dat vermeende citaat van de politicus: “In gelul kan je niet wonen”. Dat straatnamenbordje heeft de volgende historische achtergrond. Na het overlijden van Jan Schaefer in 1994, wilden bewoners van het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost hem eren door een straatnaambordje. Over de tekst op dat bordje was nog wel wat te doen. De initiatiefnemers wilden een ‘Jan Schaeferpad’ met als ondertitel ‘In gelul kan je niet wonen’. Dat ging de plaatselijke PvdA (ja, zelfs de PvdA!) te ver. Zij vond dat ‘onwelvoeglijk taalgebruik’. Het CDA was het daarmee eens. Maar ze trokken aan het kortste eind, het bordje kwam er toch. Wim van der Poel, toenmalig voorzitter en penningmeester van de vereniging Geindriedorp, herinnert het zich nog tijdens een interview ter ere van het 25-jarig jublileum van gein3, het huis-aan-huis orgaan van de vereniging. Op de vraag wat nou een gebeurtenis is die Wim is bijgebleven komt al snel het Jan Schaeferpad in hem op. Wim heeft het voor elkaar gekregen dat het fietspad naar Jan Schaefer werd genoemd. Hij zegt: “U kent het vast wel, het fietspad met het citaat ‘in gelul kan je niet wonen’? Met de weduwe van Jan Schaefer heeft Wim contact gehad: “zij heeft de opening gedaan.”
Joop den Uyl, vlak na de val van zijn kabinet, 1977 
Foto: wikimedia.org/Spaarnestad foto/NA/Anefo
Tijdens de kabinetsformatie van 1977 was Jan Schaefer de beoogde minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het te vormen tweede kabinet-Den Uyl. Nadat deze formatiepoging mislukt was en het 2e Kabinet Den Uyl er nooit meer zou komen ( ouderen onder u horen het Joop nog zeggen: “Dat tweede Kabinet Den Uyl, dat komt er toch”) bleef hij lid van de Tweede Kamer, waar hij al op 8 juni 1977 opnieuw zitting had genomen. Inmiddels had de Amsterdamse PvdA-afdeling – na jaren van interne conflicten – behoefte gekregen aan een ‘sterke man’ en daarbij het oog laten vallen op Schaefer.
Jan Schaefer komt...
Na enige aarzeling stemde deze hierin toe –immers, hij was eigenlijk door de kiezers verkozen in het parlement en wilde zich daar aanvankelijk ook aan houden- en bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1978 voerde de partij campagne met de leuze ‘Jan Schaefer komt’. Met zijn spontane optreden, ‘recht voor z’n raap’ als man van het volk, bezorgde de populaire politicus de PvdA een winst van 17 naar 19 raadszetels.
bron: wzs.amsterdam.nl 
De leuze “Jan Schaefer komt” in de campagne van de gemeenteraadsverkiezingen duidde op het nodige vertrouwen in de naamsbekendheid van de politicus en verwees naar een soort van mythische verbeelding. "Klaas komt" was vanaf het begin jaren ‘60 een voorspelling van de later ook aan de Provobeweging gelieerde zogenaamde anti-rookmagiër Robert jasper Grootveld. De kreet verscheen in Amsterdam op allerlei muren, zonder dat duidelijk werd wie daarachter zat. De voorspelling gaf het gevoel weer dat de tijden zouden veranderen. Alsof er een nieuwe Messias zou opstaan. Grootveld, die volgens eigen zeggen vanaf zijn derde jaar in de ban was van Sinterklaas, doelde op de Goedheiligman en gebruikte de zin als beeldspraak voor de blijde spanning die de kinderen voelen als deze weer in het land is. Overigens, toen later Beatrix zich met Claus (= Klaas) verloofde, leek het ineens een voorspelling die veel breder was dat menigeen had verwacht.
Het Lieverdje op het Spui, foto wikimedia.org/CC-BY-2.5-NL.
Nu ik de naam toch heb laten vallen, zou ik eigenlijk ook wat meer over die man moeten vertellen, Robert Jasper Grootveld en wat dat nou precies inhield – om anti-rookmagiër te zijn. Ik ga het niet doen, dan dwaal ik teveel af, maar de man is een hele uitzending waard. Voor nu geef ik de onwetende, maar belangstellende luisteraar, de suggestie om eens “Het Lieverdje” in te typen op uw zoekmachine- als u wilt. Het Lieverdje op het Spui.

Na de verkiezingen van ’78 werd Schaefer wethouder met als portefeuille: woningzaken, stadsvernieuwing, bouw- en woningtoezicht en grondbedrijf . Tevens werd hij de leider van de Amsterdamse PvdA. In het college van B & W trok hij onmiddellijk alle politieke macht naar zich toe, en deze positie consolideerde hij vakkundig. Bovendien legde de PvdA onder Schaefer haar wil op aan de overige partijen door het gemeentebeleid begin september 1978 tot in detail vast te leggen in een programakkoord. De kern van dit akkoord lag in de ingrijpende wijziging van de opvattingen over stadsvernieuwing. In plaats van de visie van de ‘uiteengelegde stad’, waarin de overtollige Amsterdammers zouden moeten worden ‘uitgestrooid’ over de provincie, kwam nu het idee van de ‘compacte stad’ naar voren. De woningen die voor de Amsterdammers in de overloopgebieden waren gereserveerd, moesten voortaan weer in de stad zelf worden gebouwd. Wonen, werken, verkeer en voorzieningen werden niet langer gescheiden behandeld, maar in onderlinge samenhang bezien. Toen hij aan de slag ging, was de bouwproductie in de stad minimaal: in 1978 werden er 530 nieuwe woningen gebouwd. Maar al spoedig werden de resultaten van de beleidsomslag zichtbaar. Onder Schaefer kwam de stadsvernieuwing goed op gang, werden er zo’n 70.000 woningen opgeknapt en 30.000 nieuwe gebouwd. Een belangrijk element voor dit succes was dat de weerstand van bewoners afnam door de inspraak die ze kregen.
Logo van de kraakbeweging, afb. wikimedia.org/public domain 
Samenwerken met de buurtbewoners was belangrijk, maar de kraakbeweging bleef tegenwerken. Er werd een tweeledige strategie ontwikkeld, waarin de gemeente enerzijds hard optrad en anderzijds soepel onderhandelde. Veel krakers kregen de kans hun pand door de gemeente te laten opkopen of hun woonsituatie te laten legaliseren.
"Met stenen moet je niet gooien maar metselen..."
Wanneer zij dit echter weigerden en zich bleven verzetten, werd er hard opgetreden. Schaefers beleid had succes: de speelruimte van de kraakbeweging werd er aanzienlijk door verminderd. Tegelijkertijd wierp het beleid van de stadsverdichting zijn vruchten af. Doelend op de krakers gebruikte Schaefer de volgende leus in een verkiezingscampagne: “Met stenen moet je niet gooien, maar metselen”.
Ruud Lubbers, foto: parlement.com
In 1986 ging Jan Schaefer terug naar politiek Den Haag. Zijn imago had inmiddels in Amsterdam schade opgelopen. Zo had het Gemeentelijk Grondbedrijf een kastekort opgelopen van zestig miljoen gulden waarvoor hij verantwoordelijk werd gesteld. Ook haalde de plaatselijke pers hem geregeld onderuit vanwege zijn pronken met dure auto’s, motorfietsen en zijn hang naar casino’s. Het CDA behaalde bij de verkiezingen van mei 1986 een grote overwinning, ging naar 54 zetels, op de leuze: “Laat Lubbers zijn karwei afmaken”, maar ook de PvdA won en kwam op 52 zetels. Het zijn nu niet keer voor te stellen resultaten. De VVD verloor flink, maar bleef samen met het CDA regeren in kabinet Lubbers II.
In de Tweede Kamer zat de PvdA-fractie echter niet op Schaefer te wachten. Onmiddellijk nadat hij hier op 3 juni 1986 zitting had genomen, verkondigde hij partijleider Den Uyl te willen opvolgen, wat hem niet in dank werd afgenomen.
Joop den Uyl, 1975, foto: rijksoverheid.nl
Bij de portefeuilleverdeling binnen de fractie werd hem volkshuisvesting en ruimtelijk ordening geweigerd en moest hij genoegen nemen met het midden- en kleinbedrijf. Schaefer raakte verbitterd en werd ziek. Vijf maanden lang, van mei tot september 1987, was hij geveld door een bloedprop in de hersenen. Daarop kreeg hij trombose aan een been en strompelde hij een tijdlang op krukken door het Kamergebouw.
"Ik word liever op een woeste manier veertig dan op een lullige manier tachtig..."
In een interview met Max van Weezel in Vrij Nederland zei hij: ‘Ik heb de rekening gepresenteerd gekregen voor die acht drukke jaren in Amsterdam. Maar ik heb altijd gezegd: ik word liever op een woeste manier veertig dan op een lullige manier tachtig’ Zijn ziekte verzachtte Schaefers temperament niet. Zijn collega’s trakteerde hij op scheldpartijen. Door de kritiek op zijn partij raakte hij uitgerangeerd. Nadat hij op medische gronden was afgekeurd, verliet hij op 22 februari 1990 – 49 jaar oud – de Tweede Kamer. Na zijn afkeuring lukte het hem niet rust te nemen. Hij werd nog voorzitter van een interdepartementale Projectgroep Sociale Vernieuwing en was later nog betrokken bij een lokale Amsterdamse politieke partij die de instelling van een deelraad voor Amsterdam-Centrum bestreed. Jan Schaefer overleed begin 1994 thuis, op de dag dat hij uit het ziekenhuis werd ontslagen, waar hij was opgenomen na een hartaanval. Historicus Herman de Liagre Böhl beschrijft hem als een flamboyante politicus en een vertolker van de zogenaamde polarisatiegedachte uit de jaren zeventig die zijn geloof behield in de maakbaarheid van de samenleving. Niet voor niets was Schaefer een opzienbarende figuur in het kabinet-Den Uyl. Zijn glorietijd vormde het wethouderschap in Amsterdam. Daar toonde Schaefer zich een bevlogen stadsvernieuwer, met gevoel voor wat leefde onder de bevolking. Maar eind jaren tachtig was het politieke klimaat dusdanig gewijzigd dat hij met zijn maakbaarheidsidealen geen gehoor meer vond.
Over maakbaarheidsidealen gesproken:

In de Telegraaf van 7 oktober 2009, een paar maanden voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen, staat een artikeltje over de dochter van Jan Schaefer – Mariska. De kop boven het artikel luidt: “dochter Jan Schaefer kiest voor VVD.”
‘Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart gaat ze niet de sociaal-democraten, maar de VVD helpen. Ze hekelt de regelzucht van de hoofdstedelijke PvdA. Dochter Mariska heeft in de Amsterdamse Jordaan een Oudhollandse snoepwinkel waar nog gewoon voor tien cent trekdrop en ruitenspek gekocht kan worden. Ze wordt moe van al die regeltjes die er zijn om het de middenstand zo moeilijk mogelijk te maken. In het Amsterdamse verkiezingsprogramma van de VVD staat ze met foto afgebeeld. Doordat Mariska haar rode nest heeft verlaten, heeft ze de afgelopen weken klanten verloren. "Ik krijg mensen in de winkel die het niet begrijpen", zegt ze. "Er zijn klanten die me een overloper noemen. Of een verrader. Er zijn er zelfs die geen gedag meer tegen me zeggen als ze langslopen. Echt jammer. Want mijn vader zou juist hartstikke trots zijn en me steunen omdat ik een mening heb en ondernemer ben geworden. Politieke ambitie heeft ze zelf niet. “Daar heb ik vroeger wel genoeg van gehad." Een oneliner als haar vader heeft ze dan ook niet: Ze zegt: "Ik hou het bij 'Op gelul ga ik niet stemmen'.

Dat was het voor vandaag. De tekst van deze uitzending kunt u vanaf morgen terugvinden op de website van mArt. Dit was mArt Politiek Actief, tot een volgende keer.
presentatie en samenstelling ben hulsebos
08/01/2012
Beluister de uitzending:
http://www.salto.nl/streamplayer/caribbeanfm_ondemand.asp?y=12&m=01&d=08&t=1900&s=0
(de uitzending begint na 5 minuten en 30 seconden)
de illustaties zijn van marian mesker
Bronnen: historici.nl, Herman de Liagre Böhl, wikipedia.nl, janderoos.punt.nl, gein3dorp.nl, at5.nl, telegraaf.nl

